Beschrijven

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)

Ik beschrijf
Je/U beschrijft.
Hij/Ze/Het beschrijft.
We beschijven.
Jullie beschrijven.
Ze beschrijven.

 

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Ik heb beschreven.
Je/U hebt beschreven.
Hij/Ze/Het heeft beschreven.
We hebben beschreven.
Jullie hebben beschreven.
Ze hebben beschreven.

 

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Ik beschreef.
Je/U beschreef.
Hij/Ze/Het beschreef.
We beschreven.
Jullie beschreven.
Ze beschreven.

 

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Ik zal beschrijven.
Je/U zal beschrijven.
Hij/Ze/Het zal beschrijven.
We zullen beschrijven.
Jullie zullen beschrijven.
Ze zullen beschrijven.

 

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Ik zou beschrijven.
Je/U zou beschrijven.
Hij/Ze/Het zou beschrijven.
We zouden beschrijven.
Jullie zouden beschrijven.
Ze zouden beschrijven.

PRONONCIATION : (C.Vijverman)

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.