Betalen

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)

Ik betaal.payer 3
Je/U betaalt.
Hij/Ze/Het betaalt.
We betalen.
Jullie betalen.
Ze betalen.

 

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Ik heb betaald.
Je/U hebt betaald.
Hij/Ze/Het heeft betaald.
We hebben betaald.
Jullie hebben betaald.
Ze hebben betaald.

 

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Ik betaalde.
Je/U betaalde.
Hij/Ze/Het betaalde.
We betaalden.
Jullie betaalden.
Ze betaalden.

 

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Ik zal betalen.
Je/U zal betalen.
Hij/Ze/Het zal betalen.
We zullen betalen.
Jullie zullen betalen.
Ze zullen betalen.

 

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Ik zou betalen
Je/U zou betalen.
Hij/Ze/Het zou betalen.
We zouden betalen.
Jullie zouden betalen.
Ze zouden betalen.

PRONONCIATION : (C.Vijverman)

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.