Bouwen

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)

Ik bouw.construire Je/U bouwt.
Hij/Ze/Het bouwt.
We bouwen.
Jullie bouwen.
Ze bouwen.

 

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Ik heb gebouwd.
Je/U hebt gebouwd.
Hij/Ze/Het heeft gebouwd.
We hebben gebouwd.
Jullie hebben gebouwd.
Ze hebben gebouwd.

 

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Ik bouwde.
Je/U bouwde.
Hij/Ze/Het bouwde.
We bouwden.
Jullie bouwden.
Ze bouwden.

 

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Ik zal bouwen.
Je/U zal bouwen.
Hij/Ze/Het zal bouwen.
We zullen bouwen.
Jullie zullen bouwen.
Ze zullen bouwen.

 

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Ik zou bouwen
Je/U zou bouwen.
Hij/Ze/Het zou bouwen.
We zouden bouwen.
Jullie zouden bouwen.
Ze zouden bouwen.

PRONONCIATION : (C.Vijverman)

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.