Denken

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)

Ik denk.
Je/U denkt.
Hij/Ze/Het denkt.
We denken.
Jullie denken.
Ze denken.

 

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Ik heb gedacht.
Je/U hebt gedacht.
Hij/Ze/Het heeft gedacht.
We hebben gedacht.
Jullie hebben gedacht.
Ze hebben gedacht.

 

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Ik dacht.
Je/U dacht.
Hij/Ze/Het dacht.
We dachten.
Jullie dachten.
Ze dachten.

 

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Ik zal denken.
Je/U zal denken.
Hij/Ze/Het zal denken.
We zullen denken.
Jullie zullen denken.
Ze zullen denken.

 

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Ik zou denken.
Je/U zou denken.
Hij/Ze/Het zou denken.
We zouden denken.
Jullie zouden denken.
Ze zouden denken.

PRONONCIATION : (C.Vijverman)

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.