Kiezen

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)

Ik kies.
Je/U kiest.
Hij/Ze/Het kiest.
We kiezen.
Jullie kiezen.
Ze kiezen.

 

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Ik heb gekozen.
Je/U hebt gekozen.
Hij/Ze/Het heeft gekozen.
We hebben gekozen.
Jullie hebben gekozen.
Ze hebben gekozen.

 

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Ik koos.
Je/U koos.
Hij/Ze/Het koos.
We kozen.
Jullie kozen.
Ze kozen.

 

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Ik zal kiezen.
Je/U zal kiezen.
Hij/Ze/Het zal kiezen.
We zullen kiezen.
Jullie zullen kiezen.
Ze zullen kiezen.

 

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Ik zou kiezen.
Je/U zou kiezen.
Hij/Ze/Het zou kiezen.
We zouden kiezen.
Jullie zouden kiezen.
Ze zouden kiezen.

PRONONCIATION : (C.Vijverman)

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.