Lezen

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)

Ik lees.
Je/U leest.
Hij/Ze/Het leest.
We lezen.
Jullie lezen.
Ze lezen.

 

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Ik heb gelezen.
Je/U hebt gelezen.
Hij/Ze/Het heeft gelezen.
We hebben gelezen.
Jullie hebben gelezen.
Ze hebben gelezen.

 

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Ik las.
Je/U las.
Hij/Ze/Het las.
We lazen.
Jullie lazen.
Ze lazen.

 

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Ik zal lezen.
Je/U zal lezen.
Hij/Ze/Het zal lezen.
We zullen lezen.
Jullie zullen lezen.
Ze zullen lezen.

 

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Ik zou lezen.
Je/U zou lezen.
Hij/Ze/Het zou lezen.
We zouden lezen.
Jullie zouden lezen.
Ze zouden lezen.

PRONONCIATION : (C.Vijverman)

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.