Lopen

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)

Ik loop.
Je/U loopt.
Hij/Ze/Het loopt.
We lopen.
Jullie lopen.
Ze lopen.

 

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Ik heb gelopen.
Je/U hebt gelopen.
Hij/Ze/Het heeft gelopen.
We hebben gelopen.
Jullie hebben gelopen.
Ze hebben gelopen.

 

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Ik liep.
Je/U liep.
Hij/Ze/Het liep.
We liepen.
Jullie liepen.
Ze liepen.

 

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Ik zal lopen.
Je/U zal lopen.
Hij/Ze/Het zal lopen.
We zullen lopen.
Jullie zullen lopen.
Ze zullen lopen.

 

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Ik zou lopen.
Je/U zou lopen.
Hij/Ze/Het zou lopen.
We zouden lopen.
Jullie zouden lopen.
Ze zouden lopen.

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.