Onthouden

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)

Ik onthou(d).
Je/U onthoudt.
Hij/Ze/Het onthoudt.
We onthouden.
Jullie onthouden.
Ze onthouden.

 

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Ik heb onthouden.
Je/U hebt onthouden.
Hij/Ze/Het heeft onthouden.
We hebben onthouden.
Jullie hebben onthouden.
Ze hebben onthouden.

 

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Ik onthield.
Je/U onthield.
Hij/Ze/Het onthield.
We onthielden.
Jullie onthielden.
Ze onthielden.

 

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Ik zal onthouden.
Je/U zal onthouden.
Hij/Ze/Het zal onthouden.
We zullen onthouden.
Jullie zullen onthouden.
Ze zullen onthouden.

 

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Ik zou onthouden.
Je/U zou onthouden.
Hij/Ze/Het zou onthouden.
We zouden onthouden.
Jullie zouden onthouden.
Ze zouden onthouden.

PRONONCIATION : (C.Vijverman)

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.