Poetsen

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)

Ik poets.
Je/U poetst.
Hij/Ze/Het poetst.
We poetsen.
Jullie poetsen.
Ze poetsen.

 

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Ik heb gepoetst.
Je/U hebt gepoetst.
Hij/Ze/Het heeft gepoetst.
We hebben gepoetst.
Jullie zijn gepoetst.
Ze zijn gepoetst.

 

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Ik poetste.
Je/U poetste.
Hij/Ze/Het poetste.
We poetsten.
Jullie poetsten.
Ze poetsten.

 

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Ik zal poetsen.
Je/U zal poetsen.
Hij/Ze/Het zal poetsen.
We zullen poetsen.
Jullie zullen poetsen.
Ze zullen poetsen.

 

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Ik zou poetsen.
Je/U zou poetsen.
Hij/Ze/Het zou poetsen.
We zouden poetsen.
Jullie zouden poetsen.
Ze zouden poetsen.

PRONONCIATION : (C.Vijverman)

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.