Raden

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)

Ik raad.
Je/U raadt.
Hij/Ze/Het raadt.
We raden.
Jullie raden.
Ze raden.

 

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Ik heb geraden.
Je/U hebt geraden.
Hij/Ze/Het heeft geraden.
We hebben geraden.
Jullie hebben geraden.
Ze hebben geraden.

 

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Ik raadde.
Je/U raadde.
Hij/Ze/Het raadde.
We raadden.
Jullie raadden.
Ze raadden.

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Ik zal raden.
Je/U zal raden.
Hij/Ze/Het zal raden.
We zullen raden.
Jullie zullen raden.
Ze zullen raden.

 

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Ik zou raden.
Je/U zou raden.
Hij/Ze/Het zou raden.
We zouden raden.
Jullie zouden raden.
Ze zouden raden.

PRONONCIATION : (C.Vijverman)

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.