Regenen

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)regenen

Hij/Ze/Het regent

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Hij/Ze/Het heeft geregend.

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Hij/Ze/Het regende.

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Hij/Ze/Het zal regenen.

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Hij/Ze/Het zou regenen.

PRONONCIATION : (C.Vijverman)

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.