Sluiten

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)sluiten

Ik sluit
Je/U sluit.
Hij/Ze/Het sluit.
We sluiten.
Jullie sluiten.
Ze sluiten.

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Ik heb gesloten.
Je/U hebt gesloten.
Hij/Ze/Het heeft gesloten.
We hebben gesloten.
Jullie hebben gesloten.
Ze hebben gesloten.

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Ik sloot.
Je/U sloot.
Hij/Ze/Het sloot.
We sloten.
Jullie sloten.
Ze sloten.

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Ik zal sluiten.
Je/U zal sluiten.
Hij/Ze/Het zal sluiten.
We zullen sluiten.
Jullie zullen sluiten.
Ze zullen sluiten.

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Ik zou sluiten.
Je/U zou sluiten.
Hij/Ze/Het zou sluiten..
We zouden sluiten.
Jullie zouden sluiten.
Ze zouden sluiten.

PRONONCIATION : (C.Vijverman)

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.