Stoppen

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)stoppen

Ik stop.
Je/U stopt.
Hij/Ze/Het stopt.
We stoppen.
Jullie stoppen.
Ze stoppen.

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Ik heb gestopt.
Je/U hebt gestopt.
Hij/Ze/Het heeft gestopt.
We hebben gestopt.
Jullie hebben gestopt.
Ze hebben gestopt.

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Ik stopte.
Je/U stopte.
Hij/Ze/Het stopte.
We stopten.
Jullie stopten.
Ze stopten.

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Ik zal stoppen.
Je/U zal stoppen.
Hij/Ze/Het zal stoppen.
We zullen stoppen.
Jullie zullen stoppen.
Ze zullen stoppen.

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Ik zou stoppen.
Je/U zou stoppen.
Hij/Ze/Het zou stoppen.
We zouden stoppen.
Jullie zouden stoppen.
Ze zouden stoppen.

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.