Tekenen

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)tekenen

Ik teken.
Je/U tekent.
Hij/Ze/Het tekent.
We tekenen.
Jullie tekenen.
Ze tekenen.

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Ik heb getekend.
Je/U hebt getekend.
Hij/Ze/Het heeft getekend.
We hebben getekend.
Jullie hebben getekend.
Ze hebben getekend.

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Ik tekende.
Je/U tekende.
Hij/Ze/Het tekende.
We tekenden.
Jullie tekenden.
Ze tekenden.

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Ik zal tekenen.
Je/U zal tekenen.
Hij/Ze/Het zal tekenen.
We zullen tekenen.
Jullie zullen tekenen.
Ze zullen tekenen.

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Ik zou tekenen.
Je/U zou tekenen.
Hij/Ze/Het zou tekenen.
We zouden tekenen.
Jullie zouden tekenen.
Ze zouden tekenen.

PRONONCIATION : (C.Vijverman)

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.