Vinden

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)

Ik vind.
Je/U vindt.
Hij/Ze/Het vindt.
We vinden.
Jullie vinden.
Ze vinden.

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Ik heb gevonden.
Je/U hebt gevonden.
Hij/Ze/Het heeft gevonden.
We hebben gevonden.
Jullie hebben gevonden.
Ze hebben gevonden.

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Ik vond.
Je/U vond.
Hij/Ze/Het vond.
We vonden
Jullie vonden.
Ze vonden.

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Ik zal vinden.
Je/U zal vinden.
Hij/Ze/Het zal vinden.
We zullen vinden.
Jullie zullen vinden.
Ze zullen vinden.

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Ik zou vinden.
Je/U zou vinden.
Hij/Ze/Het zou vinden.
We zouden vinden.
Jullie zouden vinden.
Ze zouden vinden.

PRONONCIATION : (C.Vijverman)

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.