Vragen

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)vragen

Ik vraag.
Je/U vraagt.
Hij/Ze/Het vraagt.
We vragen.
Jullie vragen.
Ze vragen.

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Ik heb gevraagd.
Je/U hebt gevraagd.
Hij/Ze/Het heeft gevraagd.
We hebben gevraagd.
Jullie hebben gevraagd.
Ze hebben gevraagd.

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Ik vroeg.
Je/U vroeg.
Hij/Ze/Het vroeg.
We vroegen
Jullie vroegen.
Ze vroegen.

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Ik zal vragen.
Je/U zal vragen.
Hij/Ze/Het zal vragen.
We zullen vragen.
Jullie zullen vragen.
Ze zullen vragen.

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Ik zou vragen.
Je/U zou vragen.
Hij/Ze/Het zou vragen.
We zouden vragen.
Jullie zouden vragen.
Ze zouden vragen.

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.