Wachten

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)

Ik wacht.
Je/U wacht.
Hij/Ze/Het wacht.
We wachten.
Jullie wachten.
Ze wachten.

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Ik heb gewacht.
Je/U hebt gewacht.
Hij/Ze/Het heeft gewacht.
We hebben gewacht.
Jullie hebben gewacht.
Ze hebben gewacht.

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Ik wachtte.
Je/U wachtte
Hij/Ze/Het wachtte.
We wachtten.
Jullie wachtten.
Ze wachtten.

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Ik zal wachten.
Je/U zal wachten.
Hij/Ze/Het zal wachten.
We zullen wachten.
Jullie zullen wachten.
Ze zullen wachten.

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Ik zou wachten.
Je/U zou wachten.
Hij/Ze/Het zou wachten.
We zouden wachten.
Jullie zouden wachten.
Ze zouden wachten.

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.