Zingen

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)chanteur1

Ik zing.
Je/U zingt.
Hij/Ze/Het zingt.
We zingen.
Jullie zingen.
Ze zingen.

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Ik heb gezongen.
Je/U hebt gezongen.
Hij/Ze/Het heeft gezongen.
We hebben gezongen.
Jullie hebben gezongen.
Ze hebben gezongen.

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Ik zong.
Je/U zong.
Hij/Ze/Het zong.
We zongen.
Jullie zongen.
Ze zongen.

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Ik zal zingen.
Je/U zal zingen.
Hij/Ze/Het zal zingen.
We zullen zingen.
Jullie zullen zingen.
Ze zullen zingen.

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Ik zou zingen.
Je/U zou zingen.
Hij/Ze/Het zou zingen.
We zouden zingen.
Jullie zouden zingen.
Ze zouden zingen.

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.