Zwijgen

Présent/Onvoltooid Tegenwoordige tijd (OTT)zwijgen

Ik zwijg.
Je/U zwijgt.
Hij/Ze/Het zwijgt.
We zwijgen.
Jullie zwijgen.
Ze zwijgen.

Passé composé/Voltooid Tegenwoordige tijd (VTT)

Ik heb gezwegen.
Je/U hebt gezwegen.
Hij/Ze/Het heeft gezwegen.
We hebben gezwegen.
Jullie hebben gezwegen.
Ze hebben gezwegen.

Imparfait + Passé simple/Onvoltooid Verleden Tijd (OVT)

Ik zweeg.
Je/U zweeg.
Hij/Ze/Het zweeg.
We zwegen.
Jullie zwegen.
Ze zwegen.

Futur simple/Onvoltooid Tegenwoordige Toekomende Tijd (OTTT)

Ik zal zwijgen.
Je/U zal zwijgen.
Hij/Ze/Het zal zwijgen.
We zullen zwijgen.
Jullie zullen zwijgen.
Ze zullen zwijgen.

Conditionnel présent/Onvoltooid Verleden Toekomende Tijd (OVTT)

Ik zou zwijgen.
Je/U zou zwijgen.
Hij/Ze/Het zou zwijgen.
We zouden zwijgen.
Jullie zouden zwijgen.

PRONONCIATION : (C.Vijverman)

2 comments

Laissez un petit commentaire ! ;-)

Ce site utilise Akismet pour réduire les indésirables. Apprenez comment les données de vos commentaires sont utilisées.